GEBIT ALS TIJDBOM

Ook tanden en kiezen die niet pijn doen kunnen het lichaam ruïneren. Een eigen tand is altijd nog een eigen tand, zeggen veel tandartsen. Dat is juist, maar dit gezegde geldt alleen, zolang de eigen tand of kies niet het eigen lichaam aantast. De zogenaamde trigeminus is de drieledige gezichtszenuw, waarvan de eerste en tweede vertakking uitlopen in de onder- en bovenkaak. Storingsvelden in het lichaam zijn ziekelijk en veranderde plekken van het organisme, die in andere delen van het lichaam ziekten veroorzaken, doordat zij op een afstand inwerken. Juist in het gebied van de trigeminus vindt men soms de meest onwaarschijnlijke verbindingen tussen ziekten (vooral chronische) en op een afstand daarvan gelegen oorzaak, zoals reuma, een nierkwaal of zeen ware hoofdpijn.

Het is al voldoende bekend welke schade een etterende tand of kies kan aanrichten. Minder bekend is dat ziekteverwekkers via de bloedsomloop door het lichaam trekken en zo hun vernietigende taak beginnen aan de meest verschillende organen. Een kleine verwonding kan al een storingsveld worden die op een afstand inwerkt. Natuurlijk tracht het organisme zo´n proces onder controle te houden en de storingsvelden of inwerkingen af te schermen. Daarom blijven ziektehaarden en storingsvelden vaak zo lang stil en in rust. Tengevolge van een belasting van buitenaf, bijvoorbeeld door ziekte overwerkt zijn of door opwinding, wordt deze weerstand gebroken. De impulsen van de infectie die een ziekte kunnen veroorzaken, krijgen vat en beschadigen het organisme, meestal op plaatsen die door aanleg al zwakke plekken waren.

Bij kwalen die teruggevoerd kunnen worden tot storingsvelden, speelt niet het storingsveld de hoofdrol, maar beslissend is de reactie van het organisme op de prikkel zelf. Dit hangt weer af van de kracht en de weerstand die het lichaam kan opbrengen. Daar in het algemeen deze kracht de laatste tijd nogal is ingeperkt, treden ziekten die van de storingsvelden afhankelijk zijn, veel vaker op dan vroeger het geval was. Onze levenswijze is vooral om twee redenen betrokken bij de toename van ziekten, die vooral in verband staan met storingsvelden in het gebied van gebit en kaak. Door een slechte toestand van tandvlees en gebit, wordt het ontstaan van storingsvelden nog meer bevorderd. De levenswijze verzwakt de natuurlijke afweerkrachten van het lichaam, zodat wij aan ziekteverwekkende prikkels weinig weerstand kunnen bieden. Wij hebben er dus zelf schuld aan als de tandarts zegt, dat deze tand of kies eruit moet. Hoewel sommige mensen de tandarts prijzen "die niet direct trekt", is ongetwijfeld het doel van de tandheelkunde om te behouden en te redden wat te redden is maar alleen dan, wanneer het de gezondheid niet schaadt of zou kunnen schaden.

Een zieke tand of kies is als het ware een tijdbom in de kaak, die op zekere dag dreigt te exploderen en daarom tijdig moet worden gedemonteerd en tijdig betekent: nog voor er een ziekte uitbreekt. De grootste moeilijkheid bij het opsporen van een storingsveld in het gebied van de kaak en het gebit is, dat ook de gevaarlijkste haarden geen pijn of plaatselijke klachten veroorzaken (tenzij men er speciaal op drukt). "Geen pijn", betekent niet altijd "geen ziektehaard" en dat maakt een groot verschil. De tandarts beschermt veel meer de gezondheid van zijn patiënten dan men tot nu toe veronderstelde. Het beroep van de tandarts moet men in geen geval volkomen verschillend zien als dat van de huisarts. De tandarts staat op een voorpost in de strijd om de gezondheid van zijn medemens.

Er zijn vijf volgende factoren tot de veroorzakers van ziekten:

dode kiezen en wortelresten;

tanden of kiezen die niet in hun natuurlijke stand staan of vastgeklemd zitten;

chronische ontstekingen van het kaakbeen;

zwellingen aan het tandvlees;

vullingen van amalgaam, die een chronische vergiftiging met kwikzilver veroorzaken.

Het zijn ook de zogenaamde dode kiezen waarvan de zenuw is gedood en waarvan de wortel behandeld is. Hierbij is het kanaaltje waardoor de zenuw, bloedvaten en bindweefsel lopen, met een vulling afgesloten, zodat er geen ziekteveroorzakende substanties in de kaak terecht kunnen komen. De kies zelf blijft leven. Er lopen fijne kanaaltjes evenwijdig doorheen, die door zogenaamde dwarsverbindingen contact hebben met het kaakbeen. De dode kies is verder weer betrokken bij het stofwisselingsproces en de dode kies kan de schadelijke afbraakstoffen in het lichaam blijven afgeven. Iedere pathologische verandering verspreidt zich dan over het organisme. De verdediging van het lichaam moet zich daarop instellen en de krachten richten op een bescherming. Door de natuurlijke vermindering van het weerstandsvermogen bij ouderdom en verdergaande belastingen, begint de ziekteverwekkende afstandswerking.

Bij een gebit waarvan de wortels zijn behandeld, is het altijd mogelijk dat deze later gevaarlijke ziektehaarden worden. Niet alleen "dode kiezen" en ook niet secuur verwijderde res­tanten van wortels leven verder of kunnen schade veroorzaken, ook bij het trekken van een kies moet het kaakbeen grondig schoongemaakt worden omdat er anders toch nog ziekteverwekkende prik­kels van die plaats kunnen uitgaan. De op zulke plaatsen geconstateerde chronische botontstekingen kunnen leiden tot ernstige ziekten aan organen in andere delen van het lichaam. Een patiënt moet er ook niet op staan, dat een kies ten koste van alles gespaard moet blijven. Als de tandarts ervan overtuigd is dat een kies getrokken moet worden, doet men goed daarmee in te stemmen.

Men ziet als bijzondere moeilijkheid bij het stellen van een diagnose, dat een chronische ontsteking van een kaakbeen op de plaats zelf geen hinder veroorzaakt en ook op een röntgenfoto meestal zeer moeilijk te onderscheiden is, omdat de opgetreden veranderingen in het beenweefsel meestal niet altijd scherp omlijnd zijn en slechts door een vervaagde beenstructuur aan een gerin­ge schaduwwerking herkenbaar zijn. Een ander probleem bestaat daarin dat een aangetaste plek op het kaakbeen vaak op een plaats zit waar men die niet zou zoeken, namelijk waar alle kiezen al getrokken zijn zonder voldoende verwijdering van een reeds aangetast kaakbeenweefsel. Een derde voorname bron van moeilijkheid wordt gevormd door ´kiezen met plaatsgebrek´, die niet staan zoals zij behoren en vast­geklemd of scheef zitten. Dit komt veel voor bij verstandskiezen.

Men meent dat mogelijk de kaak van de mens in de afgelopen eeuw steeds korter is geworden, zodat verstandskiezen niet meer de plaats kunnen vinden die zij voor hun normale ontwikkeling nodig heb­ben en deze drukken derhalve op de kaakzenuwen en veroorzaken ziekten in andere streken van het lichaam. Ook de zogenaamde tandvleesblaasjes veroorzaken vaak storingen in de mond. Door de beruchte paradentose, dat is een afwijking in het tand­vlees, vormen zich blaasjes tussen het been en het tandvlees, die vaak ontstoken raken. Ook daarvan kan een gevaarlijke werking op een verderaf gele­gen gebied uitgaan.

©           www.natuurarts.info